Kan Ali Khamenei Iran nog langer in zijn greep houden?
Al ruim een maand wordt Iran verscheurd door bloedige protesten: de bevolking eist meer vrijheid en een beter leven. En ze hebben bijval gekregen van de Verenigde Staten: in de regio liggen inmiddels meerdere marineschepen.
Op 31 januari verschijnt een oude man op de Iraanse televisie. Zijn rechterarm hangt slap langs zijn lichaam, verlamd sinds een bomaanslag in 1981. Zijn stem klinkt hees. Als Amerika een oorlog begint, zegt Ali Khamenei, dan wordt dit een regionale oorlog.
Het is een waarschuwing aan Donald Trump, aan Israël en aan iedereen die denkt dat zijn regime instort. Maar terwijl de Opperste Leider dreigt met oorlog, woedt er al een oorlog. In zijn eigen land, tegen zijn eigen volk.
Sinds 28 december gaan in tientallen Iraanse steden mensen de straat op. De aanleiding is economisch: inflatie, werkloosheid, een munt die niets meer waard is. Maar het gaat om meer. De meeste Iraniërs zijn jonger dan dertig en opgegroeid met internet.
Duizenden doden, geen verantwoordelijkheid
Het regime reageert zoals altijd. De Revolutionaire Garde schiet met scherp. Op 9 januari gaat het internet op zwart, waardoor nauwelijks nog is vast te stellen wat er gebeurt. Het in het buitenland gevestigde Iran International spreekt van meer dan 30.000 doden, een cijfer dat niet officieel is geverifieerd. Daar komen tienduizenden arrestaties bij.
Opvallend is dat Khamenei zelf duizenden doden toegeeft. Nieuw, voor een regime dat zulke cijfers gewoonlijk ontkent. Maar verantwoordelijkheid neemt hij niet. Hij wijst naar Israël en de Verenigde Staten, en noemt Trump een crimineel. Zijn lezing is al decennia dezelfde: de vijanden van Iran willen het islamitische regime ten val brengen, dus moet Iran zich met alle middelen verdedigen.
De wereld kijkt niet langer alleen toe. De Verenigde Staten legden sancties op aan Iraanse functionarissen, de Europese Unie bestempelde de Revolutionaire Garde als terroristische organisatie, en in de Perzische Golf liggen Amerikaanse marineschepen, waaronder een vliegdekschip. Trump eist dat Iran stopt met zijn nucleaire programma, anders volgt militaire actie.
De bom in de cassetterecorder
Khamenei heeft dit eerder meegemaakt. In 2009, toen miljoenen Iraniërs na een omstreden verkiezingsuitslag de straat op gingen. In 2019, na een verhoging van de benzineprijzen. In 2022, toen een jonge vrouw stierf na haar arrestatie door de moraalpolitie en vrouwen massaal hun hoofddoek in brand staken. Elke keer koos hij voor geweld, en elke keer bleef hij overeind.
Wie wil begrijpen waarom hij nooit buigt, moet terug naar 27 juni 1981. Na een toespraak in een moskee in Teheran ontploft een bom, verstopt in een cassetterecorder. Hij overleeft, met een verbrijzelde arm en beschadigde longen. De aanslag maakt van de weinig briljante theologiestudent een martelaar van de revolutie. Acht jaar later wordt hij tot ieders verrassing de opvolger van Khomeini: een kandidaat zonder groot religieus gezag, en juist daarom aantrekkelijk voor machthebbers die hem dachten te kunnen sturen.
Wat het regime overeind houdt
Deze keer lijkt het anders. Er circuleren onbevestigde berichten dat delen van de Garde weigeren te schieten en dat het regime buitenlandse strijders inzet tegen de eigen bevolking. Zijn bondgenoten in de regio zijn gevallen of ernstig verzwakt. En er staat geen opvolger klaar: zijn zoon wordt genoemd, maar mist de status van zijn vader. Want wat het regime overeind houdt, is niet de ayatollah, maar de loyaliteit van zijn leger.
In de aflevering hoor je hoe de jonge Khamenei onder de sjah werd gearresteerd en vernederd, hoe hij de Garde aan zich bond met macht en privileges, en waarom regimes volgens een Amerikaanse socioloog niet vallen door protesten. Zitten we in de laatste dagen van zijn bewind, of blijft hij opnieuw overeind?